Regio Parkstad Limburg
Deze best practice gaat over de regio Parkstad Limburg, gelegen in het zuidoosten van het land. Het laat zien wat regionale samenwerking in de context van bevolkingsdaling vermag.

Parkstad Limburg – een gemeenschappelijke regeling (WGR ) van de gemeenten Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Onderbanken, Simpelveld en Voerendaal – is de eerste Nederlandse regio waar de demografische ontwikkelingen ontgroening, vergrijzing en bevolkingsdaling tegelijk en in forse mate zijn gaan optreden.
Het duurde even voordat de demografische ontwikkelingen zich een hoge plek op de politieke agenda konden verwerven. We schetsen de belangrijkste stappen vanaf 1968.
In 1968 werden de mijnen gesloten. Dat bracht de overwegend op de mijnindustrie gebaseerde bevolking, waaronder een grote hoeveelheid personen uit andere landen - de ingestroomde eerste generatie allochtonen - in niet geringe financieel- en sociaaleconomische problemen.
Medio jaren negentig werd duidelijk – met name door presentaties van Wim Derks, een van de co-auteurs van dit Digitaal Basisboek Bevolkingsdaling– dat Parkstad Limburg als eerste regio snel met een betekenisvolle mate van bevolkingsdaling te maken zou gaan krijgen. De politiek-bestuurlijke reactie had echter de kenmerken van het zogeheten 'rouwproces': ontkennen en wegwuiven, opstandigheid en verzet. De twee andere karakteristieke kenmerken, te weten die van acceptatie en berusting, alertheid en actie kwamen pas veel later.
Sinds de sluiting van de steenkoolmijnen en de succesvolle conversie van de regio 'van zwart naar groen' is een groot aantal initiatieven ontplooid om de oorspronkelijke economische monocultuur om te bouwen tot een meer gedifferentieerde economische bedrijvigheid. Ondanks al deze initiatieven slaagde deze regio daar om meerdere en uiteenlopende redenen niet of onvoldoende in.
Langzaam drong echter het besef door dat de gevolgen van de structurele bevolkingsdaling, zowel in de stedelijke als in de niet-stedelijke gemeenten van de regio, niet met succes op lokaal niveau konden worden bestreden. Reeds in 1962 hadden de gemeenten in de voormalige Oostelijke Mijnstreek besloten om de handen ineen te slaan in de vorm van de gemeenschappelijke regeling 'Stadsgewest Oostelijk Mijngebied', die later werd omgedoopt in 'Stadsgewest Oostelijk Zuid-Limburg'.
Na de sluiting van de steenkolenmijnen realiseerde de regio de conversie 'van zwart naar groen', waardoor de Mijnstreek een geheel ander aanzien kreeg. In de jaren ’80 van de vorige eeuw werd een aantal gemeenschappelijke regelingen samengevoegd. De nieuwe regeling ontving vervolgens een de naam Streekgewest Oostelijk Zuid-Limburg en werd in 1999 omgedoopt in 'Parkstad Limburg'. Een wezenlijke inhoudelijke verandering kwam in 2006 tot stand, toen Parkstad Limburg werd opgenomen in het register van plusregio’s (WGR+)

In de afgelopen 47 jaar hebben de samenwerkende gemeenten in de regio een aanzienlijk aantal wapenfeiten bereikt. De vruchten van de regionale samenwerking laten zich het beste bekijken via de presentatie, die Chris Kuikman – gemeentesecretaris van Kerkrade – verzorgde op 8 april 2009 tijdens een van de themabijeenkomsten over de bestuurlijke toekomst van Parkstad Limburg. In 2006 ontstond het bewustzijn dat de gesignaleerde ontgroening en vergrijzing onderdelen waren van een demografische ontwikkeling in de richting van bevolkingsdaling. Van iets recentere datum is de notitie, dat bevolkingsdaling in Parkstad Limburg leidt tot een feitelijke daling van het aantal huishoudens. Op dit punt is Parkstad Limburg voorloper in Nederland.
Het meest opmerkelijke recente wapenfeit in relatie tot de demografische ontwikkeling van Parkstad Limburg is de regionaal gedragen besluitvorming over het terugschroeven van de woningbouwplannen. Alles bij elkaar opgeteld hadden de zeven gemeenten in 2006 12.000 te bouwen woningen in de planning staan van 2007-2010. In 2008 werd besloten om dit aantal terug te brengen tot 2.500. Een voorbeeld voor vele andere regio’s die nog in concurrentie met elkaar bezig zijn met inwonerkannibalisme op regionale schaal.
De effecten van bevolkingsdaling op alle terreinen van het economische en maatschappelijke leven vereisten een steeds hechtere samenwerking. Om reden van die benodigde hechtere samenwerking verwierf Parkstad Limburg – dat dus in 2009 zijn tienjarig naamsfeest vierde –in 2006 de status van Wgr-plus regio. Het is dus een van de acht regio’s waarbij de gemeenten specifieke bevoegdheden hebben overgedragen aan het regionaal orgaan. Parkstad Limburg behartigt onder andere de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten op het terrein van: ruimtelijke ordening, volkshuisvesting, bouwen, economische ontwikkeling, werkgelegenheid, welzijn, onderwijs, cultuur en sport en zorg.

Met ingang van 2007 is bij de beleidsontwikkeling steeds meer rekening gehouden met de gevolgen van de demografische ontwikkelingen in de regio. Naast de eerder genoemde bijstelling van de woningbouwplanning/-programmering speelt de daling van het aantal inwoners en huishoudens een rol op het terrein van scholing en arbeidsmarkt, op herinrichting van de ruimtelijke structuur van de regio, op de heroriëntatie op de retailstructuur, op de economische ontwikkeling en de versterking van het toeristische potentieel, op mobiliteitsvoorzieningen en op het terrein van de internationale samenwerking, met name de relatie tot de stad Aachen en de StädteRegion Aachen. Parkstad Limburg vormt immers met die regio een vrijwel aaneengesloten stedelijke agglomeratie.
In 2009 heeft Parkstad Limburg zich een stevige uitgangspositie verworven om negatieve effecten van bevolkingsdaling een zo zacht mogelijke landing te geven en mogelijke kansen te benutten. Vanaf 1999 groeide Parkstad Limburg eerst naar een proefregio in 2005, met vele acties en experimenten om de demografische ontwikkelingen de baas te blijven, om zich omstreeks 2009 met recht en reden een best practice te mogen gaan noemen. Dat is niet vanzelf gegaan. Daaraan ging een groot aantal besluitvormingsmomenten vooraf, gevoegd bij een even groot aantal documenten. Te veel om allemaal de revue te laten passeren. Enkele stukken mogen echter niet ontbreken voor degenen die de procesgang van deze evolutie tot best practice nader willen bestuderen:
1. Het document De klok tikte door van april 2008 schetst de belangrijkste momenten in de bewustwording van bevolkingsdaling als realiteit en richtlijn voor beleidsontwikkeling.
2. De strategisch beleidsnota Perspectief voor Parkstad schetst de regionale plannen voor economische structuurversterking in de periode 2007 tot 2010.
Medio april 2009 hebben de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten in Parkstad Limburg zich gebogen over de toekomst van Parkstad Limburg. Kort door de bocht lagen er vier mogelijkheden op tafel:
- 1. Beëindigen van de samenwerking.
- 2. Voorzetting van de samenwerking in de huidige vorm en intensiteit.
- 3. Versterking van de samenwerking.
- 4. Gemeentelijke herindeling.
De colleges hebben besloten de derde optie verder uit te werken in de richting van een gemeenschappelijke regeling met versterkte uitvoerende taken. De uitgangspunten voor die verdere uitbouw van de samenwerking zijn vervat in het Pact van Parkstad Limburg.